top of page

Tot het niet meer ging

  • Foto van schrijver: Nicole
    Nicole
  • 24 feb
  • 5 minuten om te lezen

Ik heb lang gedacht dat het normaal was. Alles regelen. Voor iedereen klaarstaan. Niet zeuren. Gewoon doorgaan. En eerlijk? Het heeft me ver gebracht. In mijn werk. Privé. In alles wat ik heb meegemaakt. In hoe mensen naar me keken. In hoe ik mezelf zag. En dat hoorde ik ook terug. “Jij bent altijd zo sterk.” “Hoe krijg je het toch allemaal voor elkaar?” Totdat mijn lijf signalen begon te geven en mijn hoofd vol zat. En ik ontdekte dat er een verschil is tussen sterk zijn… en alles alleen dragen.

Nicole Bouwer buiten, persoonlijk portret bij blog over altijd sterk zijn en alles regelen
Voor mij was dit gewoon normaal.
Als klein meisje

Vroeger was ik al bezig met het anderen naar de zin te maken en te helpen. Als ik bij mijn opa's en oma's ging logeren – en dat deed ik heel graag – hielp ik met de tafel dekken, sinaasappels persen en later weer afruimen. Als er dan visite kwam, bracht ik de koffie rond. Ik zie mezelf nog lopen met dat kopje in mijn hand. Heel voorzichtig. Stap voor stap. Want ik mocht niet knoeien van mezelf. Daarna de gebakjes. En dan die blik van waardering. Ik was dan zo trots als een pauw en voelde me verantwoordelijk.


Misschien is het daar begonnen. Ik ben iemand die graag zorgt. Legde mijn lat ook toen al hoog. Ik was het beste meisje van de klas. Haalde hoge cijfers, deed op tijd mijn huiswerk en haalde (bijna) geen kattenkwaad uit. Als oudste dochter voelde ik denk ik ook extra verantwoordelijkheid. En, dat zat diep.


Als ik er nu naar kijk, zat daar natuurlijk meer onder. Het gevoel dat ik nodig wilde zijn. Dat ik mijn plek verdiende door te zorgen. En door altijd mijn best te doen. En ook de behoefte om grip te houden. Als ik het regelde, dan ging het allemaal goed.


Nicole Bouwer als jong meisje.
Och... wat was ik schattig. En serieus tegelijk. Toen al druk met alles netjes regelen.
Toen alles veranderde
Toen mama overleed, werd dat gevoel alleen maar groter. Ik was net twintig. En ik hielp met alles. De kist. De bloemen. De rouwkaart. Ik schreef een gedicht. Ik belde vrienden van mijn ouders om het nieuws te vertellen. En ik zorgde voor mijn vader. Voor mijn zusje. Voor alle lieve mensen om ons heen. Ik deed voor mijn gevoel alles. Waarom? Omdat ik van mijn moeder hield. Omdat onze wereld was ingestort. En omdat ik die enorme verantwoordelijkheid weer voelde. Dus ik zorgde, ik regelde en ging daarin, achteraf gezien, veel te ver. Maar ja, dat was ik. Dat hoorde bij mij.

Ik ging met mijn vader mee op visite of naar feestjes waar hij vroeger met mama heen ging. Hij miste haar. Dus ik ging mee. Ik ging als student bijna ieder weekend naar huis. Zorgde dat iedereen het redde. En ergens voelde ik me… alleen. Niet omdat er niemand was. Maar omdat ik degene was die het 'moest' dragen. Altijd. En eerlijk? Ik liet ook niemand toe om voor míj te zorgen. Ik huilde. Maar alleen als er niemand bij was. En ook toen hield ik me in. Want breken mocht niet.


De vraag die bijna niemand stelde
Een vriendin van mama, Dinie, vroeg me in die tijd: “Nicole, hoe gaat het met jou?” En ik antwoordde automatisch hoe het met mijn vader en zusje ging. “Nee,” zei ze. “Met jou.” Voor mijn gevoel was zij de enige die dat echt vroeg (of er in ieder geval op doorvroeg). En zelfs toen wuifde ik het weg. Ik vertelde iets oppervlakkigs. Iets leuks. Niet dat ik me alleen voelde. Niet dat ik moe was van voor iedereen zorgen. Dat kon ik niet. Ik denk dat ik anders was ingestort. Maar dat gebeurde pas tien jaar later.

Altijd maar doorgaan
Mijn baan vroeg veel van me. Als het lastig werd, werkte ik harder. Als iemand me tegenwerkte, deed ik er een schep bovenop. Maar het was niet alleen werk. Ook privé wilde ik overal bij zijn. Verjaardagen, etentjes, familiedingen. Ik bleef vaak teruggaan naar ‘huis’, ook al had ik mijn eigen leven al lang in Den Haag opgebouwd. Ik wilde niemand teleurstellen. De lat lag torenhoog. Op elk vlak.

Ik zei geen nee. Ook niet als ik moe was. Ook niet als ik eigenlijk geen zin had. Mijn schouders zaten vast. Mijn nek ook. Ik snoozde mijn wekker terwijl ik dat nooit deed. Ik was sneller emotioneel. Maar ik schoof de signalen opzij. Het was voor mijn gevoel gewoon hoe het ging. Degene zijn die het regelt. Die sterk is. Die niet klaagt. Die doorgaat. Tot er een moment kwam waarop dat niet meer lukte.

Dat moment
En toen ging het niet meer. In de supermarkt wilde ik een pak melk pakken. Halfvol. Vol. Mager. En mijn hoofd werd leeg. Alsof iemand de stekker eruit trok. Ik wist niet meer welk pak ik moest pakken. Mijn hart begon sneller te kloppen. Mijn lichaam verstijfde. Er was geen gedachte meer. Geen antwoord. Niets. Ik liet mijn boodschappen staan en liep naar buiten.

Thuis kon ik niet meer stoppen met huilen. Dagenlang. Ik was leeg. Op. Zó moe van voor iedereen zorgen, van altijd klaarstaan, van alles regelen. Ik kon het niet meer. Kon niet meer denken. Niet voelen. Niet uitleggen wat er met mij aan de hand was. Ik, die altijd woorden had, had er nu geen één meer. Je kunt een hele tijd alles alleen dragen. Maar uiteindelijk komt er een moment waarop het niet meer lukt.


Wat ik nu weet
Wat ik toen niet zag, is dat mijn 'sterk zijn' niet alleen een kwaliteit was, maar ook een manier om alles bij mezelf te houden. Ik voelde me overal verantwoordelijk voor. Nam meer op me dan nodig was. En ja, dat heeft me veel gebracht. Het heeft me gevormd. Ik ben trots op de vrouw die ik ben geworden. Op mijn doorzettingsvermogen en mijn vermogen om dingen voor elkaar te krijgen. Op het feit dat ik er voor anderen kan zijn als het nodig is. Maar ik zie nu ook wat het me kostte.

Wat ik moest leren, was niet om minder zorgzaam te zijn of minder betrokken. Maar om mezelf niet steeds op de tweede plek te zetten. Te voelen: wat is van mij en wat niet? Hulp toe te laten. Mijn tranen niet weg te slikken. Dat ging natuurlijk niet allemaal in één keer. Dat was een proces. En het is geen perfect plaatje geworden. Het is bewuster geworden. En soms stap ik er nog steeds in. Maar het verschil is: ik zie het nu. En, ik doe er wat mee.

Wat ik nu anders doe

Ik ben nog steeds verantwoordelijk. Ik zorg nog steeds graag voor anderen. Maar niet meer automatisch. Niet meer omdat het ‘moet’ of ‘hoort’. Ik begin mijn ochtend rustig, met een heerlijke latte macchiato, muziek en even niets. Niet meteen ‘aan’. Tussen afspraken door loop ik naar buiten als het kan. En als ik merk dat iets niet van mij is, leg ik het terug. Ik zeg nee als ik nee voel. Ga niet altijd meer mee. Kies soms eerst voor mezelf, ook als dat ongemakkelijk is. Het zijn geen spectaculaire veranderingen. Maar voor mij wel. Ze zorgen ervoor dat ik dichter bij mezelf blijf in alles wat ik doe.


Misschien herken je dit
Ben jij ook degene die alles regelt? Die voor iedereen zorgt? Die doorgaat, ook als je moe bent? Die denkt: het valt wel mee? Misschien voelt het voor jou ook gewoon normaal. Dat jij het doet. Dat jij altijd degene bent die het oppakt.

Als dat zo is, sta deze week eens stil bij één moment. Eén situatie waarin je automatisch ja zegt of meteen in actie komt. En vraag jezelf dan af: wil ik dit echt? Of doe ik dit omdat het zo hoort? Of omdat ik denk dat het anders niet gebeurt?

Je hoeft niet te stoppen met zorgen.Maar misschien hoef jij niet altijd degene te zijn die het regelt. Alleen al jezelf die vraag stellen maakt verschil.

Liefs,

Nicole

Opmerkingen


bottom of page